| |
|












|
|
Geschiedenis van de
Korte Baan
Vroeger, toen het nog elke winter zo hard vroor dat
alles van de de
Schelde tot de Zuiderzee dichtlag, werden er door de toen ook al
inventieve kroegbazen kortebaanwedstrijden gehouden om meer klandizie
te trekken. Al lang voor 1800 werd de eerste baan van 160 meter
uitgezet en alle mannen uit de omgeving streden om de vaak aanzienlijke
prijzen. Bij gebrek aan stopwatches en electronische tijdwaarneming
werd er geschaatst volgens een afvalsysteem. Twee rijders reden tegen
elkaar en de winnaar ging door naar de volgende ronde.
Begin
negentiende eeuw neemt het kortebaanschaatsen een ware vlucht. In 1803
wordt er bij Sneek gestreden om een zilveren tabaksdoos. Kennelijk was
de gouden oorring die je twee jaar later kon winnen als dame bij
Leeuwarden zo mooi dat er maar liefst 130 dames aan de start
verschenen. Dit zorgde voor heel wat opschudding, want de dames reden,
net als de heren, in hun onderkleding. De dames hoefden trouwens maar
140 meter in plaats van 160.
Later werden er geldprijzen uitgeloofd.
Met prijzen van 125 tot 150 gulden kon je in één winter
als talentvol sprintertje een flink kapitaal bij elkaar rijden.
Toen in 1948 de KNSB de wedstrijden ging overzien, mocht er helaas
alleen nog maar voor
kunstvoorwerpen en waardebonnen gereden worden. Deze traditie is lang
in ere gehouden, ook op kunstijs, maar toen in 2004 Haarlem overdekt
werd en haar
kortebaan poot niet meer onder het dak paste, was het onmogelijk nog
langer structureel kortebaanwedstrijden te rijden. Tegenwoordig zijn we
weer afhankelijk van koning winter voor de kortebaan!
Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kortebaanschaatsen
http://www.bcutrecht.nl/kbsupersprint/wiksupersprint.htm
|
|
|
|